Persoonsdossiers Nederlandse veiligheidsdiensten (BNV, CVD en BVD), 1945-1998

Zoekt u het dossier van een persoon, die tussen 1945 en 1998 onderzocht is door het Bureau voor Nationale Veiligheid (BNV), de Centrale Veiligheidsdienst (CVD) of de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) ? Gebruik dan deze zoekhulp.

Archiefdozen op planken
Alles uitklappen

Het archief van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en voorgangers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: persoonsdossiers (archiefnummer 2.04.125) bevat ruim 71.000 persoonsdossiers van personen die in de periode 1945-1998 zijn onderzocht door een Nederlandse veiligheidsdienst. 

Het betreft alleen dossiers die voor 1998 zijn afgesloten. Dossiers die vóór dat jaar zijn aangemaakt, maar in 1998 nog niet waren afgesloten, zijn niet overgedragen.  Voor deze dossiers kunt u contact opnemen met de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Ook zijn tot begin jaren negentig van de twintigste eeuw dossiers en delen uit dossiers vernietigd. Het is onbekend om welke stukken het precies gaat. 

De overgeleverde dossiers zijn vanwege privacybescherming beperkt openbaar (B-beperking).  Dit betekent dat u de dossiers niet zelf via de website kunt reserveren. Hiervoor moet u een aanvraag indienen. Binnen 6 weken laten we u dan weten of er een dossier gevonden is over de persoon die u zoekt. Gevonden dossiers kunt u op afspraak komen bekijken in de studiezaal van het Nationaal Archief. 

Van beperkt openbare dossiers mogen geen foto's of scans gemaakt worden. U mag wel aantekeningen maken, als u het dossier komt bekijken. 

Klik op de onderstaande knop en vul het formulier in. Om het formulier in te kunnen vullen moet u inloggen met uw account op de site van het Nationaal Archief. Heeft u nog geen account? Dan kunt u een account aanmaken.

Formulier inzage persoonsdossier

Behandeltermijn

U ontvangt een bevestiging wanneer uw verzoek bij het Nationaal Archief is binnengekomen. We laten u vervolgens binnen zes weken weten of we een persoonsdossier gevonden hebben. 

In de inventaris van het archief zijn de dossiers alfabetisch geordend op achternaam. Van personen die voor 1924 geboren zijn wordt de volledige naam en de geboortedatum vermeld. U ziet direct of er een dossier is. 

Vanwege de privacybescherming zijn de namen geanonimiseerd van personen die ná 1924 zijn geboren. Van hen wordt alleen de eerste letter van de achternaam getoond. U kunt dus niet in de inventaris van het archief zien of er een dossier is van personen die ná 1924 zijn geboren. 

De veiligheidsdiensten deden onderzoek naar allerlei mensen. Al deze mensen kregen een kaart in de centrale cartotheek. Was de kaart vol, dan maakte de veiligheidsdienst een persoonsdossier aan. De inhoud kan erg verschillen per dossier. U kunt onder andere de volgende zaken tegenkomen:

  • perspublicaties van én over de betrokkene;
  • rapporten (bijvoorbeeld vergaderverslagen van een verdachte politieke partij);
  • omschrijvingen van gesprekken;
  • meldingen van reizen van en naar verdachte (vaak communistische) landen;
  • foto's.

Nee, nog niet alle dossiers liggen bij het Nationaal Archief. 

In dit archief vindt u alleen dossiers die voor 1998 zijn afgesloten. Dossiers die vóór dat jaar zijn aangemaakt, maar in 1998 nog niet waren afgesloten, zijn niet overgedragen.  Voor deze dossiers kunt u contact opnemen met de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) (de opvolger van de BVD). 

Tot begin jaren negentig van de twintigste eeuw zijn ook dossiers en delen uit dossiers vernietigd. Het is onbekend om welke stukken het precies gaat. 

Een aantal persoonsdossiers is nog bij de AIVD. Deze dossiers zijn dan vervangen door uitleenbriefjes. Het is onduidelijk wanneer deze persoonsdossiers naar het Nationaal Archief komen.

Ten slotte zijn de personeelsdossiers van de BVD en zijn voorgangers, die samen met de persoonsdossiers werden bewaard, niet overgebracht naar het Nationaal Archief.

De achtergrondinformatie is tot stand gekomen met dank aan Dr. Dick Engelen, Prof. dr. B.G.J. (Bob) de Graaff en Dr. C.W. (Constant) Hijzen.

Ja. Al in 1912 werd het Studiebureau Vreemde Legers opgericht, dat informatie verzamelde over militaire ontwikkelingen in de buurlanden. Dit bureau werd een jaar later als Derde Sectie toegevoegd aan de Generale Staf (GS III). 

In september 1919 werd de Centrale Inlichtingendienst opgericht (de eerste civiele veiligheidsdienst), ook wel bekend als GS IIIB, ter onderscheiding van de inlichtingendienst GSIIIA. Gedurende de Tweede Wereldoorlog hebben verschillende goed en minder goed functionerende inlichtingen- en veiligheidsdiensten bestaan. 

Op 29 mei 1945 richtte het Militair Gezag het Bureau Nationale Veiligheid (BNV) op. De BNV hield zich vooral bezig met het opsporen van collaborateurs. Daarnaast voerde de dienst beveiligingstaken uit. Het jaar daarna werden per Koninklijk Besluit de Buitenlandse Inlichtingendienst (BID) en de Centrale Veiligheidsdienst (CVD) opgericht.

Op 8 augustus 1949 ging de CVD verder onder een nieuwe naam: de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). 

Op 8 augustus 1949 werd een algemene maatregel van bestuur van kracht (confidentieel Koninklijk Besluit (KB), nummer 51), waarin de organisatie, de werkwijze en de taken van de bestaande inlichtingen- en veiligheidsorganisaties werden vastgelegd. Het KB richtte zich niet op één specifieke organisatie, maar regelde de ‘organisatie, werkwijze, de taak en de samenwerking’ van alle toen bestaande inlichtingen- en veiligheidsorganisaties: de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de Buitenlandse Inlichtingendienst, de Marine Inlichtingendienst (MARID) en de Militaire Inlichtingendienst. Hoewel het KB in 1951, 1956 en 1972 werd gewijzigd, ging het slechts om organisatorische wijzigingen. Het juridisch kader bleef vrijwel ongewijzigd tot aan 2002.

Volgens het KB van 8 augustus 1949 was er een Binnenlandse Veiligheidsdienst, die viel onder de minister van Binnenlandse Zaken. Tot haar taken behoorde:

  1. het inwinnen van gegevens over alle personen die van een staatsgevaarlijke activiteit of neiging daartoe ten opzichte van Nederland of met Nederland bevriende buitenlandse mogendheden blijk geven of hebben gegeven;
  2. het inwinnen van gegevens over extremistische stromingen;
  3. het bevorderen van veiligheidsmaatregelen in alle vitale en kwetsbare overheids- en particuliere instellingen en bedrijven;
  4. het verrichten van al hetgeen voor een goede functionering van de Binnenlandse Veiligheidsdienst noodzakelijk is;
  5. het onderhouden van contact met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van bevriende buitenlandse mogendheden.

De BVD had volgens het KB geen uitvoerende bevoegdheden. Dat wil zeggen dat de BVD geen politietaken mocht uitvoeren, zoals het arresteren, vastzetten (detineren) en verhoren van personen. Verder werden de bevoegdheden van de BVD in het besluit niet nader bepaald of begrensd. Punt d (lid d) bood zelfs een argument om alle activiteiten van de dienst te rechtvaardigen. De BVD kon volgens dit punt namelijk alles doen wat noodzakelijk was voor het goed functioneren van de eigen organisatie. 

Hoewel de BVD volgens het Koninklijk Besluit van 1949 (KB, nr. 51, lid d) de mogelijkheid had om ‘grenzeloos’ inlichtingen in te winnen, gebeurde dat in de praktijk niet. Het was niet alleen onuitvoerbaar, maar de BVD vond het ook onwenselijk. 

De BVD kon op verschillende manieren inlichtingen inwinnen:

  • via openbare bronnen, zoals kranten, tijdschriften en publicaties van organisaties;
  • door mensen aan te sturen en aan te spreken (denk aan agenten, informanten, maar ook andere veiligheidsdiensten);
  • met behulp van geheime methoden, zoals het plaatsen van microfoons (M-acties), telefooninterceptie (T-acties), maar ook door in te breken en administraties te kopiëren: zogenoemde surreptitious entry- ofwel SE-acties).   

Het inwinnen van inlichtingen diende twee doelen. Het eerste doel was om de Staat te beschermen tegen ‘staatsgevaarlijke activiteiten’. Het was de BVD alleen toegestaan ingrijpende middelen tegen een persoon of organisatie in te zetten, als deze zich in haar ogen met ‘staatsgevaarlijke activiteiten’ bezighield. Dit betekent dat het moest gaan om spionage. Het tweede doel van de BVD was om de ‘democratische rechtsorde’ te beschermen tegen ‘extremistische stromingen’. Met extremistische stromingen werden in de praktijk vooral de communisten bedoeld: de Communistische Partij Nederland (CPN), haar mantelorganisaties, maar ook Trotskistische en anarchistische groeperingen. Verder golden ook organisaties van ex-nazi’s en neonazi’s als extremistisch. 

Een voorbeeld laat zien hoe het systeem van de zelfopgelegd grenzen van de BVD functioneerde:

In de jaren 60 kwamen de door de BVD gestelde kaders over wie of wat als bedreiging gold onder druk te staan door een nieuw gevoelde ‘dreiging’ vanuit de studentenbeweging. Politieke partijen beschouwden het studentenactivisme als een aanzienlijke dreiging. Maar voor de BVD vormden studenten en studentenorganisaties geen bedreiging van de democratische rechtsorde – behalve als studenten (in het geheim) lid waren van communistische organisaties. Hoewel de BVD onder politieke druk haar inlichtingenwerk in de studentenbeweging intensiveerde, laat dit voorbeeld zien hoe het systeem van de zelfopgelegde beperkingen functioneerde. Als een persoon of organisatie in de ogen van de BVD niet extremistisch was of onder invloed van extremisten dreigde te komen, was van extremisme geen sprake. De persoon, groep of organisatie in kwestie was niet antidemocratisch en had dus niet de (geheime) intentie om de democratie af te schaffen. Voor deze personen was in de ogen van de BVD de inzet van geheime inlichtingenmiddelen (agentenoperaties, telefoon- en microfoonacties bijvoorbeeld) niet gerechtvaardigd.

In de jaren vijftig introduceerde de BVD ‘verjaringstabellen’. In deze tabellen werd aangegeven hoe lang gegevens mochten worden gebruikt. De gegevens die de BVD verzamelde en bewaarde mochten de betreffende burgers volgens de BVD namelijk niet tot in de eeuwigheid benadelen. Hoe ernstiger de verzamelde gegevens waren (volgens de maatstaven van de BVD), des te langer deze werden bewaard. 

Als iemand bijvoorbeeld solliciteerde op een baan bij de Rijksoverheid dan deed de BVD, voor speciaal aangewezen functies, een politiek antecedentenonderzoek. Uit zo’n onderzoek konden verschillende gegevens komen; sommige belangrijker dan andere. Belangrijkere feiten waren bijvoorbeeld het lidmaatschap van de CPN, maar ook een abonnement op het communistische dagblad De Waarheid. Voor de lichte feiten werd een termijn van vier jaar gehanteerd. Oftewel: tot vier jaar na afloop van een feit (bijvoorbeeld opzegging van een abonnement) werd dit feit in het antecedentenonderzoek vermeld. CPN-lidmaatschap werd tot maar liefst acht jaar na opzegging van het lidmaatschap relevant geacht. 

Niemand controleerde de BVD om te beoordelen of ingrijpende methoden gerechtvaardigd werden ingezet. Er werd in 1952 wel een vorm van parlementaire controle ingericht – de Vaste Kamercommissie voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst, die in 1967 werd omgevormd tot Vaste Kamercommissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Deze ‘commissie-Stiekem’, zoals de commissie in de wandelgangen is gaan heten, keek echter niet operationeel mee. Wel werd er overigens een systeem ingericht om het plaatsen van telefoontaps te reguleren. Vier ministers moesten nu hun handtekening zetten, voordat telefoontaps geplaatst konden worden. Een uitvoeriger stelsel van interne en externe controle werd pas ingericht in 2002, met de komst van de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV).

De manier waarop inlichtingen werden ingewonnen kon sterk verschillen. Dit is voor het schrijven over deze diensten een belangrijk inzicht. In het publieke debat wordt immers nogal eens gezegd of geschreven dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten iemand ‘volgen’, ‘bespioneren’ of een leven lang ‘in de gaten houden’. Maar in de wereld van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten vallen daaronder nogal uiteenlopende activiteiten, die soms eenmalig, soms een korte periode en bijvoorbeeld ten aanzien van Paul de Groot – de partijvoorzitter van de Communistische Partij Nederland – bijna een leven lang werden uitgevoerd. De dienst had, zo drukte hoofd-BVD Andries Kuipers (diensthoofd tussen 1967 en 1977) het eens uit, drie ‘kringen van belangstelling’. Met andere woorden: zij hanteerde een escalatiemodel ten aanzien van haar inlichtingeninwinning. Dat wil zeggen dat de manier waarop de BVD inlichtingen over een organisatie of persoon inwon intensiever werd, op het moment dat de BVD de dreiging groter vond. 

Voor niet-extremistische organisaties beperkte de dienst zich in de eerste plaats tot het raadplegen van open bronnen: kranten, tijdschriften en publicaties van de organisaties. Dit openbronnenwerk werd ook vaak door de gemeentepolitiekorpsen en andere contacten van de dienst gedaan. Zij zonden in hun ogen relevante informatie naar de BVD, die deze informatie vaak in het relevante dossier voegde. Een opmerkelijk detail aan de zaak van Roel van Duijn is dat dit decennialang (!) is doorgegaan. Terwijl de BVD zelf niet langer actief inlichtingen verzamelde (ook niet uit open bronnen) gingen enkele politiecontacten daar gewoon mee door. De BVD liet deze contacten overigens niet weten geen belangstelling meer te hebben voor de inlichtingen; de krantenknipsels werden als vanouds gearchiveerd in het persoonsdossier.

Van een volgende stap in het escalatiemodel was sprake als sommige leden van organisaties wel (maar de organisatie als geheel niet) als ‘extremistisch’ werden beschouwd. Dan vond de BVD het geoorloofd om meer ‘informaties’ in te winnen, bijvoorbeeld via informanten (‘personen die hun kennis ter beschikking stelden zonder dat zij extra inspanningen leverden om die kennis te verwerven’), maar ook bijvoorbeeld met behulp van volg- en observatieacties. [1] 

Als er ten slotte wel sprake was van extremisme binnen een organisatie, dan drong de BVD die organisatie binnen met undercover agenten. Ook zette de dienst dan geheime middelen in, zoals SE-acties (inbreken en administraties kopiëren), M-acties (in het geheim microfoons plaatsen op plekken waar belangrijke functionarissen elkaar ontmoetten) en T-acties (telefoontaps). T-acties lijken overigens alleen in het kader van het contra-inlichtingenwerk (het verhinderen van activiteiten van buitenlandse inlichtingendiensten) te zijn ingezet en niet tegen binnenlandse organisaties (niet in de laatste plaats omdat hiervoor de medewerking van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, waaronder de PTT viel, vereist was). De BVD prefereerde het inlichtingenwerk in eigen beheer te houden, zoals met M-acties wel mogelijk was.[2]
 

[1] C. Hijzen, Vijandbeelden. De veiligheidsdiensten en de democratie, 1912-1992 (Amsterdam 2016) 233.

[2] D. Engelen, De geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (Den Haag 1996) 118-119; D. Engelen, Frontdienst: de BVD in de Koude Oorlog (Amsterdam 2007) 158.

Met de komst van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) in 2002 werd de BVD omgevormd tot de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). In de wet werden de bevoegdheden van de dienst voor het eerst vastgelegd. Een belangrijke uitbreiding was de uitvoerigere beschrijving en regulering van het inzetten van bijzondere bevoegdheden, zoals: 

  • het volgen en observeren van personen (en het daarvoor gebruiken van observatie- en registratiemiddelen),
  • het inzetten van ‘natuurlijke personen’ (agenten- en informantenwerk), 
  • het doorzoeken van gesloten plaatsen en gesloten voorwerpen, 
  • het openen van brieven, 
  • het hacken, 
  • het plaatsen van telefoontaps, 
  • het ‘scannen’ van frequenties en ongerichte, niet-kabelgebonden interceptie (oftewel het op grote schaal onderscheppen van radio- en satellietsignalen). 

Daarnaast werden ook andere zaken uitvoeriger omschreven, waaronder de externe en interne gegevensverstrekking, de omgang met persoonsgegevens etc.

Inmiddels is er sinds 1 mei 2018 een nieuwe, derde Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, van kracht. Hierin is de ongerichte kabelgebonden interceptie (oftewel het op grote schaal onderscheppen van internet- en telefoonverkeer) toegevoegd aan de bevoegdheden. Ook is het gebruik van DNA-gegevens voor identificatie wettelijk geregeld. Verder is de internationale samenwerking van de diensten uitvoeriger geregeld en is het toezichtstelsel uitgebreid. Zo is een veel uitvoeriger, maar ook complexer wettelijk kader ontstaan, waarbinnen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten vandaag de dag werken.

Onder het hoofd van de BVD en diens plaatsvervanger functioneerden een kabinet en de afdelingen B, C en D. Vanaf 1961 ging het operationele werk van het kabinet over naar aparte afdelingen buiten het kabinet.

Het kabinet 

Afkorting

Betekenis

HKHoofd Kabinet
KJAJuridisch adviseur
KB/GOperaties contra-inlichtingen (Gerbrands)
KB/NOperaties politiek extremisme (Neervoort)
KCP Contact Politie (met name hogere leiding)
KEB Exploitatie Buitenland (contact met buitenlandse diensten, uitwisseling van rapporten)    

Afdeling A (centrale documentatie)

Afkorting

Betekenis 

ACD/PAfdeling A Centrale Documentatie/Persoonsdossiers
ACD/OAfdeling A Centrale Documentatie/Onderwerpsdossiers

Afdeling B (politiek extremisme)

Afkorting

Betekenis

Taken

BVAfdeling B, sectie Verwerking en operationeel archief

De medewerkers van afdeling B, Verwerking en operationeel archief lazen dag- en weekbladen en publicaties van extremistische groepen om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen op het gebied van politiek extremisme. Ze stelden rapportages en maandoverzichten op.  De BV bestond uit de secties BCP (Communistische Partij), BFA (Front- en Andere organisaties) en BPO (Personenonderzoek).

BCPAfdeling B, Communistische PartijDeze sectie analyseerde en rapporteerde intern en extern over de gang van zaken binnen en rond de Communistische Partij Nederland (CPN).
BFAAfdeling B, Front- en Andere organisaties

Deze sectie deed onderzoek naar organisaties van de CPN, zoals de Nederlandse afdeling van de Wereld Vredes Raad. Daarnaast onderzocht deze sectie ook andere organisaties, zoals organisaties van rechtsextremisten (neonazisten), trotskisten en anarchisten.

BICAfdeling B, Internationaal CommunismeDeze sectie behandelde het internationale communisme. Deze taak werd echter in 1964 overgenomen door de Staf Buitenlandse Politiek (SBP).
BPOAfdeling B, Personen OnderzoekDeze sectie deed onderzoek naar mogelijke spionageactiviteiten van (ex-)leden van de CPN.

Afkorting

Betekenis

Taken

BVOAfdeling B, Veiligheid OperatiesAfdeling B, Veiligheid Operaties bevond zich tussen de BO en de BV. De BVO zorgde ervoor dat de herkomst van verworven informatie (bijvoorbeeld de identiteit van agenten en informanten) niet meer herleidbaar was, voordat deze informatie ter beschikking werd gesteld aan de medewerkers van de afdeling BV.

Afkorting

Betekenis

Taken

BOAfdeling B, OperatiesAfdeling B, Operaties hield zich bezig met het verwerven van gegevens via agenten en informanten en andere heimelijke middelen, zoals microfoons. Afdeling B, Operaties bestond uit de secties BOP, BOA, BOI en BOD.
BOAAfdeling B, Operaties AmsterdamDeze sectie verzamelde inlichtingen over communistische en later terroristische groeperingen in Amsterdam.  De BOA werkte nauw samen met de Politie Inlichtingendienst (PID) in Amsterdam. 
BOPAfdeling B, Operaties Politie

De BOP onderhield de contacten met de Politie Inlichtingendiensten (PID’s) in de rest van Nederland (buiten Amsterdam).

BOIAfdeling B, Operaties IndustrieDe BOI hield vitale bedrijven en industrieën in de gaten met het oog op eventuele communistische sabotage. Met name na mei 1968 ging BOI zich bezighouden met het studentenverzet.
BODAfdeling B, Operaties Dieptewerk

De BOD deed het operationele werk voor de sectie Personen Onderzoek (BPO) en hield zich bezig met het operationele werk in en rond rechts-extremistische organisaties.

Afdeling C (contra-inlichtingen)

Afkorting

Betekenis

Taken

CDAfdeling C, Oost-DuitslandCD hield zich bezig met Oost-Duitsland (de DDR).
CFAfdeling C, Far EastCF hield zich bezig met de Far East (voornamelijk China).
CSAfdeling C, Satellietlanden

CS hield zich bezig met de Satellietlanden van de Sovjetunie (Polen, Hongarije etc.).

CRAfdeling C, RuslandCR hield zich bezig met Rusland (de Sovjetunie).

Voor elk van deze aandachtsgebieden bestonden afzonderlijke operationele secties (CRO, CDO, CSO en CFO), die op den duur werden geïntegreerd in de oorspronkelijke secties. CF werd ten slotte vooral belast met het internationale, met name niet- of buiten-Europees terrorisme (Arabisch, Japans, Armeens etc.).

Afdeling D (beveiliging)

Afkorting

Betekenis

D IBAfdeling D, Industrie Beveiliging
D OBAfdeling D, Overheidsbeveiliging

Afdeling D (beveiligingsbevordering) zorgde mede voor de beveiliging van industriële geheimen en overheidsgeheimen. Hiervoor bestond er intensief contact met de beveiligingsinspecteurs (BVI’s) in het bedrijfsleven en met de beveiligingsambtenaren (BVA's) bij departementen en andere overheidsinstanties. Deze activiteiten vielen achtereenvolgens onder de secties DIB (industrie en Defensieorderbedrijven) en DOB (departementen en andere overheidsinstanties).   

De verklarende woordenlijst geeft een overzicht van termen die u tegen kunt komen in BVD-dossiers. De lijst is gebaseerd op de 'NISA/woordenlijst', die werd samengesteld door oud-BVD-medewerker W.G. Visser en verscheen in de Nieuwsbrief-Newsletter van de Netherlands Intelligence Studies Association, jg. 1, nr. 1 (maart 1992).

TermUitleg
Afnemer

Bevoegde persoon of instantie die inlichtingen ontvangt.

Agent

Een persoon, meestal geen professionele medewerker van een inlichtingen- of veiligheidsdienst, die door een dergelijke dienst is gerekruteerd, getraind en in dienst genomen om informatie te verzamelen en te rapporteren of om andere opdrachten uit te voeren.

Agent in place

Een overloper of gerekruteerde agent werkzaam in een instelling (bijvoorbeeld een ambassade, handelsmissie of inlichtingendienst) die zijn/haar functie daar blijft uitoefenen en die vanaf deze plaats informatie verschaft aan een inlichtingen- of veiligheidsdienst.

Agentenrunner (Amerikaans: case officer)

Een functionaris van een inlichtingen- of veiligheidsdienst die het contact onderhoudt met de in het veld werkzame agenten.

Agentennet

Een groep samenwerkende agenten onder leiding van een hoofdagent of een agentenrunner.

Brievenbus

Een levende brievenbus (Engels: cutout) is een tussenpersoon die de verbinding onderhoudt tussen een agent en zijn runner. Een dode brievenbus is een plaats waar een bericht wordt verborgen om het contact te onderhouden tussen een agent, een runner of een koerier.

Contact

Een persoon die geen agent is, maar die wel bereid is incidenteel informatie te verschaffen.

Contra-inlichtingen of contraspionage

Alle maatregelen, passief of actief, die erop gericht zijn de inlichtingenactiviteit van een tegenstander teniet te doen (onder meer door penetratie in het inlichtingen- en veiligheidsapparaat van de tegenstander).

Illegal

Een inlichtingenofficier of agent die onder een niet-diplomatieke dekmantel, los van de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvoor hij werkt, actief is in en tegen een ander land.

Informant

Persoon die incidenteel of regelmatig informatie levert vanuit en over de kring waarin hij/zij reeds actief is.

InformatieOnbewerkte gegevens, die na bewerking inlichtingen worden.
Inlichtingen

Bewerkte informatie die gereed is om te worden overgedragen aan een of meer afnemers.

LegalEen inlichtingenofficier of agent die werkt onder een diplomatieke dekmantel.
Legend of legenda

Een verhaal dat dient als dekmantel van een agent. Dit verhaal wordt ondersteund door echte, valse of vervalste documenten.

OperatieEen aantal samenhangende activiteiten van een inlichtingen- of veiligheidsdienst of van een agent(ennet). Een operatie heeft meestal een codenaam.
Overloper (Engels: defector)

Een inlichtingenfunctionaris of agent die overloopt naar de tegenpartij.

Safehouse

Een veilige plaats waar een inlichtingenfunctionaris zijn/haar agent kan ontmoeten.

  • Archief van de Koninklijke Landmacht: Generale Staf en daarbij gedeponeerde archieven (1906) 1914-1940 (1941), archiefnummer 2.13.70.
  • Archief van het Bureau voor Nationale Veiligheid (BNV), (1930) 1945-1946 (1980), archiefnummer 2.04.80.
  • Archief van de Centrale Veiligheidsdienst (1946-1949) en de Binnenlandse Veiligheidsdienst (1949-1952) van het ministerie van Binnenlandse Zaken: open dossiers, archiefnummer 2.04.127

Het archief van de Centrale Inlichtingendienst (1919-1940), voorloper van het Bureau Nationale Veiligheid, werd tijdens de meidagen van 1940 verwoest. Raadpleeg voor een reconstructie van de rapporten van de Centrale Inlichtingendienst de website van het Huygens Instituut

Voor informatie over de huidige inlichtingen- en veiligheidsdienst kunt u terecht op de website van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).

  • G. Aalders en C. Hilbrink, De affaire Sanders. Spionage en intriges in herrijzend Nederland (Den Haag 1996), bibliotheek Nationaal Archief 170 F 25

  • W. Aerts, Diensten met geheimen. Hoe de AIVD en MIVD Nederland veilig houden (Amsterdam 2023)

  • P.H.A.M. Abels, Spionkoppen. Inlichtingenleiderschap in elf portretten (Amsterdam 2020), bibliotheek Nationaal Archief 506 A 7

  • E. Braat, Van oude jongens, de dingen die voorbij gaan … Een sociale geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (Zoetermeer 2012)

  • Commissie van Toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, Toezichtsrapport inzake het onderzoek naar de activiteiten van de BVD jegens de heer R.H.G. van Duijn (2014)

  • D. Engelen, Frontdienst. De BVD in de Koude Oorlog (Amsterdam 2007), bibliotheek Nationaal Archief 206 D 29

  • D. Engelen, Geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (Den Haag 1995), bibliotheek Nationaal Archief 177 F 14

  • D. Engelen, Per Undas Adversas. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en zijn voorgangers, 1945-2002 (’s-Gravenhage 2002), bibliotheek Nationaal Archief V 947.122

  • B. de Graaf, B. de Jong, & W. Platje (eds.), Battleground Western Europe. Intelligence Operations in Germany and The Netherlands in the Twentieth Century (Amsterdam 2007)

  • K. ten Haaf (red.), De trotskistenangst van de BVD; over functie en werking van een geheime dienst in een burgerlijke samenleving (Amsterdam 2001)

  • C. Hijzen, Vijandbeelden. De veiligheidsdiensten en de democratie, 1912-1992 (Amsterdam 2016)

  • F. Hoekstra, In dienst van de BVD. Spionage en contraspionage in Nederland (Amsterdam 2004), bibliotheek Nationaal Archief 167 F 44

  • F. Hoekstra, De Dienst. De BVD van binnenuit (Amsterdam 2012)

  • B. de Jong, Op de bres voor rechtsstaat in het Verzet en bij de BVD. Ad de Jonge 1919-2002 (Amsterdam 2020)

  • F.A.C. Kluiters, De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Den Haag 1993) (plus supplement uit 1995), bibliotheek Nationaal Archief 176 F 4 en (supplement) 178 A 8

  • R. van Meurs, De BVD. Samenzweren tegen ambtenaren, studenten, journalisten, dominees en andere democraten (Amsterdam 1978)

  • G. de Valk, De BVD en inlichtingenrapportages. Geïllustreerd met een case-study over het vierde kwartaalverslag van 1981 van de Binnenlandse Veiligheidsdienst over antidemocratische ontwikkelingen binnen de antikernenergiebeweging (Nijmegen 1996)

  • C. Vos e.a., De Geheime Dienst. Verhalen over de BVD (Amsterdam 2005), bibliotheek Nationaal Archief 179 B 46